Een vogelhuisje ophangen doe je het liefst op de juiste hoogte, in de juiste richting en met de juiste invliegopening. Zoek hieronder per vogelsoort de ideale ophanghoogte op.
Richt de invliegopening op het (noord)oosten om regen en hitte te vermijden.
Tussen 1 en 5 meter, afhankelijk van de vogelsoort. Zie de tabel hieronder.
Bij voorkeur in het najaar. Uiterlijk in februari, voor het broedseizoen.
Op een rustige plek met beschutting en een vrije aanvliegroute.
Minimaal 10 meter tussen kasten van dezelfde soort, 3 meter bij verschillende soorten.
Gebruik een ophangband of speciale bevestigingsstrips om bomen en muren te sparen.
Zoek op vogelsoort of filter op type nestkast. Klik op een kolomkop om te sorteren.
| Vogelsoort | Ophanghoogte |
|---|---|
BoerenzwaluwOnder dakrand, in schuur of stal halfopen komKoloniebroeder | 2 β 6 meter |
Bonte vliegenvanger 30 β 32 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Boomklever 32 β 34 mmHolenbroeder | 2 β 5 meter |
BoomkruiperTegen de boomstam speciaal (boomkruiperkast)Holenbroeder | 1,5 β 3 meter |
Bosuil 125 mmRoofvogel / uil | 3 β 5 meter |
Gekraagde roodstaart 32 Γ 40 mm (ovaal)Holenbroeder | 2 β 3 meter |
GierzwaluwOnder dakrand of in gevel spleet (30 Γ 65 mm)Koloniebroeder | 4 β 10 meter |
Glanskop 28 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Grauwe vliegenvanger 45 Γ 55 mmHalfholenbroeder | 2 β 3 meter |
Groene specht 60 β 80 mmHolenbroeder | 3 β 5 meter |
Grote bonte specht 50 mmHolenbroeder | 3 β 5 meter |
HuismusHet liefst in een kolonie 34 β 35 mmKoloniebroeder | > 2 meter |
HuiszwaluwOnder dakrand halfopen komKoloniebroeder | 4 β 6 meter |
Kauw 120 mmHolenbroeder | 4 β 10 meter |
Kerkuil 100 Γ 150 mmRoofvogel / uil | 4 β 6 meter |
Koolmees 32 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Kuifmees 32 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Matkop 28 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Merel halfopenHalfholenbroeder | 1,5 β 2,5 meter |
Pimpelmees 28 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Ringmus 40 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Roodborstje halfopenHalfholenbroeder | 1 β 2 meter |
Spreeuw 45 mmKoloniebroeder | 2 β 5 meter |
Steenuil 70 mmRoofvogel / uil | 1,5 β 5 meter |
Torenvalk 150 Γ 200 mm (open voorkant)Roofvogel / uil | 4 β 10 meter |
Winterkoning halfopenHalfholenbroeder | 1 β 2 meter |
Witte kwikstaartTegen de gevel 32 mmHalfholenbroeder | 1,5 β 3 meter |
Zanglijster halfopenHalfholenbroeder | 2 β 4 meter |
Zwarte mees 28 mmHolenbroeder | 2 β 3 meter |
Niet alle tuinvogels maken gebruik van een nestkast. De vink en de groenling bouwen open koepelnesten in dichte struiken en bomen. De staartmees bouwt een ingewikkeld, bolvormig nestje van mos, korstmos en spinrag, vaak in doornige struiken of coniferen.
Wil je deze vogels toch aantrekken? Zorg dan voor voldoende dichte beplanting in je tuin, zoals inheemse struiken, hagen en coniferen. Laat ook klimop en wilde wingerd groeien: dit zijn favoriete nestplekken voor veel vogelsoorten die geen gebruik maken van een nestkast.
Hang je nestkast correct op.
Wil je niet boren in muur of boom? Er zijn meerdere mogelijkheden om een vogelhuisje te bevestigen zonder schade aan te richten.
Gebruik een brede ophangband of een met rubber omwikkelde draad. Controleer jaarlijks of deze niet is ingegroeid en stel de ophangband zo nodig bij.
Bevestig het vogelhuisje met stevige schroefbeugels. Voor lichte kasten op gladde ondergronden werken speciale plakspijkers of Command Outdoor strips. Houd rekening met het gewicht: een houtbetonnen nestkast is zwaarder dan een houten kast.
Richt de opening bij voorkeur naar het (noord)oosten. Zo vermijd je de natste wind (meestal uit het zuidwesten) en voorkom je oververhitting door de volle middagzon. Een nestkast die richting het noordoosten hangt krijgt bovendien wel wat ochtendzon.
Ideaal: ochtendzon, beschut tegen regen en wind
Goed: koel, maar weinig zon
Vermijden: te warm in de zomer
Vermijden: meeste regen en wind
Wil je meer weten over de juiste invliegopening per vogelsoort? Lees dan onze uitgebreide gids over invliegopeningen voor nestkasten.
Kies voor inheemse struiken en vaste planten die insecten en bessen opleveren.
Bekijk inheemse struikenEen vogelbadje of kleine vijver biedt drinkwater en een plek om te badderen.
Zonnebloempitten, vetbollen en meelwormen zijn favoriet bij veel tuinvogels.
Tuinvogels voerenLaat bladeren liggen als schuilplaats voor insecten. Variatie trekt meer soorten aan.
Biodiverse tuin makenVermijd kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Dit is schadelijk voor vogels en hun vruchtbaarheid.
Zorg voor een nestkast, biologisch vogelvoer, voldoende water en inheemse planten.
Vogelvriendelijke tuinVoorkom deze fouten bij het ophangen van een vogelhuisje en vergroot het broedsucces van de vogels in je omgeving.
Een nestkast in de felle zon warmt snel op, wat gevaarlijk is voor de jongen. In de volle regen wordt het nest vochtig.
Te dicht op elkaar geplaatste kasten leiden tot gevechten en een lager broedsucces.
Gebruik nooit schoonmaakmiddelen. Dit verwijdert nuttige geursporen en kan giftige resten achterlaten.
Te laag ophangen maakt het nest kwetsbaar voor katten en andere roofdieren. Te hoog maakt onderhoud lastig en sommige soorten mijden grote hoogtes.
Een mooi huisje dat onpraktisch geplaatst is (open balkon, woonkamer) zal zelden bewoond worden.
Plekken waar katten, marters of andere roofdieren gemakkelijk bij kunnen, vormen een groot risico.
De beste periode om een vogelhuisje op te hangen is in het najaar, bijvoorkeur in september of oktober. Vogels gebruiken het huisje dan als schuilplaats in de winter en raken er zo aan gewend.
Vroege broeders zoals de koolmees en pimpelmees beginnen al in februari met het verkennen van geschikte nestplekken. Latere vogels zoals de gierzwaluw zijn zijn pas in mei aanwezig, voor hun kasten heb je dus iets meer speelruimte.
Ben je de herfst vergeten? Hang de kast dan uiterlijk begin februari op, zodat vogels het tijdig ontdekken voor het broedseizoen.
Maak het vogelhuisje jaarlijks schoon in september of oktober, zonder schoonmaakmiddelen en enkel met heet water.
Hang nestkasten voor dezelfde vogelsoort minimaal 10 meter uit elkaar om territoriumconflicten te voorkomen.
Voor verschillende soorten is een afstand van ongeveer 3 meter voldoende.
Koloniebroeders zoals huismussen, spreeuwen en zwaluwen mogen juist naast elkaar hangen, omdat zij in groepen leven.
Niet elk broedseizoen verloopt vlekkeloos. Dit zijn de meest voorkomende situaties en wat je kunt doen.
Onbevruchte eieren of eieren waarbij de ontwikkeling vroeg is gestopt, blijven soms in het nest achter. Je hoeft daar niets aan te doen: de vogel verlaat het nest vanzelf. Verwijder de resten pas bij het jaarlijkse schoonmaken in september.
Mogelijke oorzaken zijn extreme hitte (een kast die te lang in de zon staat), voedselgebrek of een aanval van een predator. Verwijder de jongen pas na afloop van het broedseizoen want er kan nog een tweede legsel volgen in dezelfde kast. Draag handschoenen en was je handen daarna goed.
Dit wijst bijna altijd op verstoring: een roofdier dat bij de kast is geweest, veel menselijke activiteit dicht bij de kast of een extreme hittegolf. Controleer of de kast nog intact is en of er tekenen zijn van een aanval (krabsporen, losse planken). Pas de locatie aan als verstoring structureel lijkt.
De koolmees en pimpelmees gebruiken bijna dezelfde invliegopening, maar de koolmees is dominant en wint het territoriumconflict vrijwel altijd. Wil je specifiek pimpelmezen aantrekken? Gebruik kasten met een invliegopening van 28mm, dit is te smal voor een koolmees. Een spreeuw neemt een mezenkast soms over als de opening groot genoeg is, een voorzetplaatje met de exacte diameter voorkomt dit.
Het is in Nederland verboden om actieve vogelnesten te verstoren of te verwijderen. Dit geldt tijdens het hele broedseizoen, maar sommige soorten, zoals de huismus en de gierzwaluw, genieten jaarrond bescherming.
Dat betekent dat ook hun nestplaatsen buiten het broedseizoen niet mogen worden verwijderd of geblokkeerd. Wil je meer weten over de regels? Bekijk dan de richtlijnen in de Omgevingswet over beschermde vogelsoorten.
Ontdek onze dierenencyclopedie met informatie over honderden tuindieren, inclusief ophanghoogtes, beschermingsstatus en tips voor de tuin.
Bekijk de dierenencyclopedie