📱 Gratis tuinassistent-app
Help de kleine bonte specht, populatie neemt af in Nederland

Kleine bonte specht

Dendrocopos minor

De kleine bonte specht is de kleinste specht van Nederland en een welkome gast in elke tuin met oud hout. Zo lok je hem naar jouw tuin.

Kleine bonte specht

Factsheet

Voedsel
Insecten, larven en poppen die onder boomschors leven, aangevuld met spinnen en wat bessen in de winter
Levensduur
5-7 jaar
Grootte
14-15 cm
Gewicht
18-22 gram
Voortplanting
April - Juni
Actief seizoen
Jaarrond aanwezig, maar in de winter moeilijker te zien door minder zang en activiteit

Kleine bonte specht: waarom hij thuishoort

De kleine bonte specht, Dendrocopos minor, is de kleinste specht die in Nederland broedt. Met een lengte van amper vijftien centimeter is hij niet veel groter dan een huismus, maar zijn aanwezigheid in jouw tuin vertelt je iets waar geen ecologisch meetrapport tegenop kan: er is oud hout, er zijn insecten en er is structuur.

Als tuinier die bewust met biodiversiteit bezig is, is de kleine bonte specht een van de meest betrouwbare indicatoren die je kunt hebben. Hij zoekt zijn voedsel bijna uitsluitend in dood of aftakelend hout: de larven van houtboorders, bastkevers en andere insecten die zich in schors en spinthout ophouden. Zonder die insecten, geen specht. Zonder dood hout, geen insecten.

In de Nederlandse tuincultuur worden dode takken en oud hout nog te vaak als rommelig of onveilig beschouwd en direct weggehaald. Dat is voor de kleine bonte specht funest. Hij is inheems in Nederland, maar de aantallen staan onder druk door het verdwijnen van oude loofbossen en het opruimen van dood hout in parken en tuinen. Jouw tuin kan letterlijk het verschil maken.

Dood hout laten staan is de meest onderschatte bijdrage die een tuinier kan leveren aan vogeldiversiteit. Meer dan een nestkast, meer dan een voedertafel. Als je van deze pagina maar één ding onthoudt, laat het dat zijn.

Herkenning: zo herken je de kleine bonte specht

De kleine bonte specht heeft het typische zwart-witte strepenpatroon dat je van spechten verwacht, maar dan uitgevoerd op miniatuurformaat. De rug is zwart met witte vlekken en de onderkant is vuilwit met fijne, donkere strepen op de flanken. Mannetjes hebben een opvallend rood kapje op de kruin, vrouwtjes hebben een witte tot gelige kruin. Beide geslachten hebben een korte, stompe snavel die er krachtig uitziet voor zo'n klein vogeltje.

Zijn geluid is een goede manier om hem op te sporen voordat je hem ziet. Hij roept met een hoge, licht klagende reeks van gelijkmatige noten: ki-ki-ki-ki-ki, zachter en hoger dan de grote bonte specht. In het voorjaar trommelt het mannetje snel en lang op dun, resonerend hout, wat een hogere en vlakkere toon geeft dan het zware tromgeroffel van zijn grotere verwant.
In de tuin zie je hem bijna altijd in de buitenste, dunne takken van bomen, heen en weer springend als een acrobaat. Dat is anders dan de boomklever, die juist langs de stam omhoog en omlaag loopt. De kleine bonte specht werkt de twijgen van buiten naar binnen af, met snelle pikbewegingen en soms een korte hakkende reeks. Zijn sporen zijn kleine, onregelmatige gaten in dunne takken en schors.

Zo lok je de kleine bonte specht naar jouw tuin

Stap voor stap: de kleine bonte specht aantrekken

1

Laat dood hout staan

Dit is de absolute basis. Verwijder geen dode takken uit je bomen tenzij ze echt gevaarlijk hangen. Een dode tak van vijf centimeter dik is voor de kleine bonte specht een volwaardige jachtplaats. Heb je geen staande dode bomen? Zet dan een dode stam van minimaal anderhalve meter hoog in de grond, bij voorkeur van een inheemse loofboomsoort zoals eik of els.

2

Bied een geschikte nestkast aan

De kleine bonte specht hakt zelf een nestholte in zacht, aangetast hout. Een nestkast met een vlieggat van 28 millimeter en een diepere kast (minimaal 25 cm) gevuld met zacht houtmeel werkt goed. Hang hem op twee tot vier meter hoogte, uit de wind en niet op het zuiden. Een kast die al een seizoen buiten heeft gehangen en wat aangeslagen is, wordt eerder geaccepteerd dan een spiksplinternieuwe.

3

Plant inheemse loofbomen

De kleine bonte specht heeft voorkeur voor oude appelbomen, berken, elzen en wilgen. Jonge bomen helpen op de lange termijn, maar ook een verwaarloosde of deels afgestorven fruitboom in de hoek van je tuin biedt al snel mogelijkheden. Fruitbomen worden bovendien vaak aangetast door schimmels die het hout verzachten, precies waar larven van houtboorders graag in zitten.

4

Stop met bestrijdingsmiddelen

Insecticiden, schimmelbestrijders en systemische middelen doden de larven waar de kleine bonte specht van leeft. Niet alleen direct, maar ook via de voedselketen. Een tuin die chemisch behandeld wordt, biedt de specht simpelweg te weinig eten om te overleven, laat staan te broeden.

5

Creëer een structuurrijke tuin

De kleine bonte specht is schuw en mijdt open plekken. Hij heeft struiken, bomen en overhang nodig om van plek naar plek te bewegen. Verbind bomen met struiken, laat hagen en bomenrijen aansluiten. Een ecologische corridor door de tuin maakt het voor hem aantrekkelijker om te blijven.

6

Bied geschikt voedsel aan

In strenge winters kun je de kleine bonte specht helpen met ongezouten reuzel of zachte vetbolletjes aan een dunne tak. Hij landt niet graag op een hangend voederbakje, maar klimt liever langs een paal of tak omhoog. Smeer vet in een dennenappel of klem het in een spleet van een tak op ongeveer anderhalve meter hoogte. Bekijk ook hoe je zelf vetbollen maakt die geschikt zijn voor insecteneters.
7

Vermijd felwitte of te geordende tuin

Kale borders, strak gemaaid gras tot aan de stamvoet van bomen en grote tegelvlakken maken de tuin onaantrekkelijk. Laat gras staan rond boomvoeten, plant bodembedekkers en laat blad liggen in de herfst. Dat trekt bodeminsecten aan, die trekken vervolgens de vogels aan.

De beste bomen voor de kleine bonte specht

De kleine bonte specht is geen planteneter, maar de juiste bomen en struiken bepalen of hij je tuin überhaupt bezoekt. Zacht hout dat snel aangetast wordt door schimmels en larven zit vaak in berken (Betula pendula) en elzen (Alnus glutinosa). Berken zijn ideaal: ze groeien snel, worden al na een jaar of twintig interessant voor spechten en hun schors wordt aangetast door een breed scala aan insecten. De berk is een van de rijkste insectenbomen van Nederland, met meer dan driehonderd soorten insecten die eraan gebonden zijn.

Oude fruitbomen zijn misschien wel de beste keuze voor een kleine tuin. Een verwaarloosde appelboom of peer met dode takken en schimmelplekken is voor de kleine bonte specht een compleet restaurant. Een boom die wat meer ruimte krijgt en minder intensief gesnoeid wordt, ontwikkelt sneller de structuur die spechten aantrekt.

Wilgen (Salix spp.) zijn een andere topper, zeker in nattere tuinen of aan de rand van een vijver. Ze groeien snel, maken makkelijk dood hout aan en herbergen veel larven van zweefvliegen en houtboorders. Combineer een wilg met een natuurlijke vijver en je hebt een hoekje dat de kleine bonte specht steeds vaker zal aandoen.

Haagbeuk (Carpinus betulus) en zomereik (Quercus robur) zijn op de lange termijn de rijkste keuzes, maar die hebben tijd nodig om echt insectenparadijzen te worden.

Wist je dat?

De kleine bonte specht is een van de weinige vogelsoorten in Nederland waarbij het vrouwtje ook trommelt op hout, niet alleen het mannetje. Dat maakt het lastig om op geluid te bepalen of je een mannetje of vrouwtje voor je hebt. Het rode kapje is de enige manier om ze op afstand uit elkaar te houden.

Seizoenskalender

Voorjaar (maart tot mei) In het voorjaar begint de kleine bonte specht met zijn broedgedrag. Het mannetje trommelt luid en lang om een vrouwtje te lokken, soms al in februari bij zachter weer. Het paartje hakt samen een nestholte in een zachte, aangetaste tak of stam, op twee tot vijf meter hoogte. Tussen april en mei worden vier tot zes eieren gelegd en beide ouders broeden af. Dit is het moment om je nestkast te controleren en schoon te maken als je dat nog niet gedaan hebt.

Zomer (juni tot augustus) De jongen verlaten het nest na drie weken, maar blijven nog enige tijd in de buurt. De familie beweegt door de tuin op zoek naar insectenrijke takken, en je kunt soms een complete groep van vier of vijf vogels door de kruin zien werken. Dit is ook de periode dat de kleine bonte specht het minst opvallend is: hij roept minder, trommelt niet meer en beweegt stil door de bladerdichtheid. Kijk goed in de buitenste twijgen van je appel- of berkenboom.

Herfst (september tot november) In de herfst begint de kleine bonte specht zijn territorium te verkennen en uit te breiden. Hij bezoekt meer tuinen dan in de broedtijd en is daardoor vaker te zien op plekken waar hij eerder niet was. Dit is het moment om dode takken te laten zitten en oud hout beschikbaar te houden. Vul je vetbollen aan, want de vogel moet nu vetreserves opbouwen voor de winter. De boomklever is in deze periode een goede aanwijzing: waar die zit, is de kleine bonte specht vaak niet ver weg.

Winter (december tot februari) De kleine bonte specht trekt niet weg maar overwintert in Nederland. Hij is standvogel en blijft trouw aan een beperkt gebied. In strenge winters is de voedseldruk hoog en kun je hem helpen met vet en zachte voedselvormen in de boom zelf, niet op een open voedertafel. Houd er rekening mee dat hij in droge, vorstvrije winters makkelijker insecten kan vinden in schors en dood hout dan na een lange periode van bevroren grond. Controleer je vogelhuisjes ook in de winter: soms gebruiken spechten een nestkast als slaapplaats.

Praktische tuintips voor de kleine bonte specht

  • 1

    Laat minimaal één dode tak per boom zitten, ook als die wat onveilig lijkt. Zaag hem op veilige hoogte in maar verwijder hem niet volledig.

  • 2
    Gebruik je een oude fruitboom als trekpleister? Snoei hem dan bewust minder intensief zodat er dood hout in de kruin blijft. Meer over snoeimomenten lees je bij het snoeien van een pruimenboom.
  • 3

    Smeer vet in de schors van een dode tak of in een spleet, niet in een hangend voederbakje. De kleine bonte specht klimt liever omhoog dan dat hij aan iets hangt.

  • 4

    Plant een berk in een zonnige hoek. Hij groeit snel en trekt al na een paar jaar bastkevers en larven aan die de kleine bonte specht lokken.

  • 5

    Vermijd elk gebruik van insecticiden, ook op rozen en fruitbomen. Die middelen worden opgenomen in het hout en doden de larven die spechten eten.

  • 6

    Hang een nestkast al in de herfst op, zodat de vogel hem al voor de winter kan leren kennen als slaapplaats en hem in het voorjaar eerder accepteert als broedplaats.

  • 7
    Bekijk ook welk vogelvoer geschikt is voor insecteneters als de kleine bonte specht, zodat je in de winter het goede aanbiedt.

Veelgestelde vragen over de kleine bonte specht

Hoe groot moet het vlieggat van een nestkast voor de kleine bonte specht zijn?

Het vlieggat moet 28 millimeter in doorsnede zijn. Dat is kleiner dan bij de grote bonte specht (32 mm) en houdt grotere concurrenten buiten. De kast moet minimaal 25 centimeter diep zijn en gevuld met zacht houtmeel, zodat de specht het gevoel heeft dat hij zelf een holte uitgehakt heeft.

Is de kleine bonte specht een beschermde soort in Nederland?

De kleine bonte specht valt onder de bescherming van de Omgevingswet als inheemse broedvogel. Je mag zijn nest, eieren en jongen niet verstoren. Dat betekent ook dat je in het broedseizoen (april tot juli) geen bomen met mogelijke nestholtes moet kappen of flink moet snoeien.

Kan de kleine bonte specht schade aanrichten aan mijn bomen?

De kleine bonte specht zorgt nauwelijks voor schade. Hij hakt kleine gaatjes in aangetaste schors en dood hout, maar raakt gezonde bomen zelden serieus aan. Als hij intensief op dezelfde plek hakt, is dat vrijwel altijd een teken dat er al een larvenkolonie of schimmelaantasting zit. Hij lost dan eigenlijk een probleem op dat er al was.

Verschilt de kleine bonte specht van de grote bonte specht in gedrag in de tuin?

De grote bonte specht bezoekt vaker voederplaatsen en is meer op de grond en zware stammen te vinden. De kleine bonte specht werkt bijna uitsluitend in dunne twijgen en is schuwer. Hij landt zelden op een voedertafel maar klimt liever langs een tak. Ook is hij stiller buiten het broedseizoen, terwijl de grote bonte specht het hele jaar door luid aanwezig is. De groene specht zit weer in een hele andere ecologische niche, waht hij foerageert juist op de grond naar mieren.